Koriander is eigenlijk twee kruiden in één. Het verse blad is fris en uitgesproken, terwijl het zaad warm, citrusachtig en kruidig smaakt. Als je dat verschil begrijpt, wordt koriander veel makkelijker te gebruiken in gerechten en kruidenmixen.
Verse korianderblaadjes
Verse koriander gebruik je meestal op het einde. Zo blijft de frisse smaak overeind.
Hak de blaadjes grof en gebruik ze bij salsa, curry, soep, rijst, wraps of salades. De steeltjes zijn ook smaakvol en kunnen fijner worden gesneden.
Korianderzaad
Korianderzaad smaakt warmer en ronder dan het blad. Rooster het kort in een droge pan en kneus het daarna.
Gebruik het in curry, brood, stoofgerechten, ingemaakte groente en kruidenmixen.
Koriander in kruidenmixen
Korianderzaad past goed bij komijn, venkel, chili, gember, kurkuma en zwarte peper.
Voor een frisse mix kun je korianderzaad combineren met citroenrasp, munt of venkelzaad. Maak kleine hoeveelheden zodat de geur krachtig blijft.
In thee of infusie
Korianderzaad kan subtiel in een infusie. Gebruik weinig en combineer met venkelzaad of citroenmelisse.
Het blad is minder geschikt als hoofdthee, maar kan in koude infusies een fris accent geven.
Bewaren
Verse koriander blijft kort goed. Zet de steeltjes in water of wikkel ze losjes in een licht vochtige doek.
Korianderzaad bewaar je heel en donker. Maal of kneus pas vlak voor gebruik.





