Lavendel is prachtig, maar in de keuken vraagt het om terughoudendheid. Te veel lavendel maakt een gerecht of thee snel zeepachtig. Gebruik je het subtiel, dan geeft het juist een bloemige, kruidige toets aan thee, suiker, boter en desserts.
Eetbare lavendel kiezen
Gebruik alleen lavendel waarvan je zeker weet dat hij geschikt is voor culinair gebruik en niet behandeld is met bestrijdingsmiddelen.
Oogst bloemknoppen wanneer ze geurig zijn, maar nog niet helemaal uitgebloeid. Dan is de smaak vaak het mooist.
Lavendel in thee
Gebruik per kop maar een paar knopjes of meng lavendel met zachtere kruiden. Lavendel werkt het best als accent, niet als hoofdingrediënt.
Goede combinaties zijn citroenmelisse, munt, kamille en een klein beetje hibiscus. Proef voorzichtig en bouw op.
Lavendel drogen
Bind kleine bosjes of spreid losse knopjes uit op een droogrek. Droog luchtig, donker en warm.
Bewaar gedroogde lavendel in een kleine pot. Omdat de smaak krachtig is, heb je meestal maar weinig nodig.
Lavendel in de keuken
Lavendel past goed in suiker, koekjes, siroop, honing en kruidenboter. Maal of kneus de knopjes fijn als je de smaak beter wilt verdelen.
Meng lavendel bijvoorbeeld met citroenrasp en suiker. Laat dit een paar dagen staan voor een geurige basis voor gebak of thee.
Veelgemaakte fout
De grootste fout is te veel gebruiken. Begin met minder dan je denkt nodig te hebben.
Combineer lavendel liever met frisse of zachte kruiden dan met veel andere sterke smaken tegelijk.





